rijgen

(doorverwezen van rijgen)
Vertalingen

rijgen

thread, catenatefaufiler, attacher, enfiler, lacerrijgenrijgen (ˈrɛixə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd reeg , voltooid deelwoord heeft geregen
1. (kralen) verbinden met een draad of snoer pinda's aan een snoer rijgen voor de vogeltjes
2. aan elkaar naaien met grote steken rijgen voor je gaat stikken