puntig

Thesaurus

puntig:

toegespitstspitsvormig, spits,
Vertalingen

puntig

spitzpointed, spikedpointu, aigu/aiguë, avec concision, avec sagacité, concis, en pointe, sagace, aigu/aigüe (ˈpʏntəx)
bijvoeglijk naamwoord
1. (van een voorwerp) met een scherp uiteinde schoenen met puntige neuzen
2. (van iets dat je zegt of schrijft) beknopt en duidelijk een puntig betoog