publiek

Vertalingen

publiek

(pyˈblik)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
mensen die zijn gekomen om te kijken en te luisteren veel publiek trekken met een voorstelling
veel, heel verschillende mensen

publiek

Publikum, öffentlich, Öffentlichkeitpublic, audiencepublic, public/publique, publiquement, assemblée, assistance, audience, auditoire, galerie, salle, tribunesveřejný, publikum, veřejnostδημόσιος, ακροατήριο, κοινόpubblicoالعَامَّة, جُمْهُورoffentlighed, publikumpúblico, audienciayleisöjavnost, publika公衆, 聴衆대중, 청중allmennhet, publikumpublicznośćpúblico, audiênciaаудитория, общественностьallmänheten, publikผู้ชม, สาธารณชนhalk, seyirci- dinleyicikhán giả, quần chúng公众, 受众公眾 (pyˈblik)
bijvoeglijk naamwoord
van of voor iedereen de publieke omroep de publieke opinie
een geheim dat iedereen al kent