prins

Thesaurus

prins:

troonpretendent
Vertalingen

prins

(prɪns)
zelfstandig naamwoord meervoud -en

prinses

Prinz, Fürst, Königssohnprinceprince, enfant royalpríncipeprincipeأَمِيرprincprinsπρίγκιπαςprinssiprinc王子왕자prinsksiążępríncipeпринцprinsเจ้าชายprenshoàng tử王子Принц王子הנסיך (prɪnˈsɛs)
zelfstandig naamwoord meervoud -sen
zelfstandig naamwoord
kind van een koning(in) kroonprins
de ideale echtgenoot (die nooit komt)