prik


Zoekopdrachten gerelateerd aan prik: prikbord, prikken
Vertalingen

prik

Neunauge, Pik, Stich, Stoßprick, spades, sting, jabpiqûre, boisson gazeuse, pointe, sodaوَخْزَةٌinjekcestødeτσίμπημαpinchazopistoinjekcijavaccinazione突き재빠른 일격stikkszczepienieinjeção, socoпрививкаsprutaการแย็บaşımũi tiêm刺戳 (prɪk)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -ken
1. medisch keer dat je iets ingespoten krijgt met een injectienaald griepprik
2. steek met een puntig ding speldenprik
3. meervoud g.mv. limonade met koolzuur een glaasje prik