| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.781.768.155 Bezoekers. |
|
praten |
0,01 sec. |
|
praten ww praten (praatte enk ovt; heeft gepraat volt deelw) [ˈpratə(n)]
1 met je mond woorden uitspreken binnensmonds praten 2 een gesprek voeren praten over het weer praten met volle mond praten terwijl je eet Jullie hebben makkelijk praten! jullie hebben zelf niet de problemen waar we over spreken Er valt met haar niet te praten. zij is onredelijk Vertalingen praten μιλώ, συντυχαίνω, μιλάω praten chiacchierare, farneticare, parlare praten يتحدث praten mluvit praten tale praten conversar praten puhua praten razgovarati praten 話す praten 말하다 praten snakke praten rozmawiać praten falar praten разговаривать praten prata praten พูดคุย praten konuşmak praten nói chuyện praten 交谈 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|