praktisch

Vertalingen

praktisch

(ˈprɑktis)
bijvoeglijk naamwoord
1. theoretisch als het met de praktijk te maken heeft Na elke theorieles volgen praktische opdrachten.
2. onpraktisch eenvoudig en doeltreffend een praktisch ingerichte keuken

praktisch

praktischpractical, practicallypratique, pratiquement, concrètementutilitario, praticamente, praticoعَمَلِيّ, عَمَلِيَّاprakticky, praktickýpraktisk, praktisk taltπρακτικά, πρακτικόςprácticamente, práctico, prácticakäytännöllinen, käytännössäpraktičan, praktično実際に, 実際的な사실상, 실용적인praktisk, praktisk taltpraktycznie, praktycznyprático, praticamenteпрактически, практическийpraktisk, praktiskt tagetเหมาะสมที่จะปฏิบัติ, อย่างเหมาะสมที่จะปฏิบัติpratik, pratik olarakgần như toàn bộ, thực tế实际上, 实际的практически (ˈprɑktis)
bijwoord
bijna helemaal We kunnen wel weer naar buiten, want het is praktisch droog.