praatje

Vertalingen

praatje

rumor, rumour, chat, talkbagou, causerie, causette, propos, rumeur, conte, discussionثَرْثَرَة, كَلَامhovor, rozhovorchat, snakGespräch, Plaudereiκουβεντούλα, λόγιαcharla, conversaciónpuhe, rupattelučavrljanje, razgovorchiacchierata, conversazioneおしゃべり, 話강연, 잡담prat, snakkpogawędka, rozmowabate-papo, conversa, palestraбеседа, разговорpratstund, samtalการแสดงปาฐกถา, การพูดคุยกันเล่นๆkonuşma, sohbetbài nói chuyện, chuyện phiếm交谈, 聊天 (ˈpracə)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
1. gesprekje een praatje maken met iemand
2. vervelend nieuwtje over iemand dat vaak niet waar is kletspraatjes praatjes rondstrooien over de gokverslaving van de zoon van de bakker