pot


Zoekopdrachten gerelateerd aan pot: pof
Vertalingen

pot

Topf, Behälter, Besteck, Gefäß, Hafen, Kanne, Krug, Vase, Einmachglaspot, container, vase, vessel, box, jug, butch, dyke, jarpot, bac, baquet, vase, poule, cagnotte, enjeu, gouine, herbe, marmite, pot (de chambre), pot (de fleurs), masse, pot de chambre, bocalrecipiente, vascello, vasetto, vasoإِناء, بَرْطَمَانٌhrnec, sklenicegryde, krukkeβάζο, χύτραbote, tarrokattila, lasipurkkilonac, staklenka深鍋, 瓶(아가리가 넓은) 병, 항아리kasserolle, krukkerondel, słójpanela, poteгоршок, банкаburk, krukaเหยือก, หม้อkavanoz, tencerelọ, nồi, (pɔt)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -ten
1. meestal cilindervormig vat om iets in te bewaren of te koken potten en pannen een pot thee zetten stoofpot
<dit zeg je als je vindt dat iemand een ander geen verwijten moet maken, omdat hij ook fouten heeft gemaakt>
het komt allemaal op hetzelfde neer; er is weinig verschil
2. bak met een handvat om in te plassen Ze kan al zelf op het potje plassen.
iets doen wat niet hoort, vooral overspel plegen
3. spelronde een potje schaken, of een potje biljarten Doen we nog een potje?
4. geld met een bepaald bestedingsdoel huishoudpot Dat vergoeden we uit het potje 'onvoorziene uitgaven'.