post

Thesaurus

post:

postbode
Vertalingen

post

Post, Pfeiler, Pfosten, Postenmail, post, stake, stanchion, poleposte, courrier, poteau, emploi, montant, pieu, place, boîte aux lettres, bureau de poste, distributionposta, a posta corrente, spedireبَرِيْدٌ, نِظَامٌ بَرِيدِيّpoštapostταχυδρομείο, ταχυδρομική υπηρεσίαcorreopostipošta郵便우편, 우편물postpocztacorreio, correios, correspondênciaпочта, почтовая службаpostไปรษณีย์, จดหมายpostabưu chính, thư từ邮件 (pɔst)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
1. meervoud g.mv. alles wat via de brievenbus wordt bezorgd De post komt meestal rond tien uur. kerstpost Zal ik het volgende week meebrengen, of wil je dat ik het je per post toestuur?
2. plaats van waaruit je toezicht houdt of hulp kunt bieden op je post blijven reddingspost