politiek

Thesaurus

politiek:

staatsbeleidstaatkundig,
Vertalingen

politiek

(poliˈtik)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud
1. bestuur van een land, provincie of stad
als beroep een functie in het bestuur hebben
2. manier waarop iets wordt georganiseerd een sociale politiek voeren buitenlandpolitiek

politiek

Politik, politischpolitical, politics, policypolitique, politiquementpolitica, politicoسِيَّاسِيّ, عِلْمُ السِّياسَةpolitický, politikapolitik, politiskπολιτική, πολιτικόςpolítica, políticopoliittinen, politiikkapolitički, politika政治, 政治の정치적인, 정치학politikk, politiskpolityczny, politykapolítica, políticoполитика, политическийpolitik, politiskการเมือง, ที่เกี่ยวกับการเมืองpolitik, politikachính trị政治, 政治的政治 (poliˈtik)
bijvoeglijk naamwoord
wat te maken heeft met het bestuur van een land, provincie of stad een politieke partij
wat veel mensen vinden dat iedereen eigenlijk zou moeten vinden, ook als dat niet je eigen mening is