plezier

Thesaurus

plezier:

vreugde
Vertalingen

plezier

Vergnügen, Freude, Genuß, Wohlgefallen, Spaßpleasure, funplaisir, fête, amusementplacer, diversiónconsolazione, dilettarsi, favore, volli, voluttà, divertimento, piacereسُرور, لَهْوpotěšení, zábavafornøjelse, morskabευχαρίστηση, κέφιhuvi, ilozabava, zadovoljstvo楽しみ기쁨, 재미fornøyelse, moroprzyjemność, zabawadiversão, prazerвеселье, удовольствиеnöjeความปิติยินดี, ความสนุกeğlence, zevksự vui vẻ, thú vui娱乐, 愉快 (pləˈzir)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
prettig gevoel van blijheid en vrolijkheid plezier hebben het doet me plezier dat...