plek

Vertalingen

plek

Stelle, Anstalt, Fleck, Flecken, Gelaß, Klecks, Ort, Platzspot, blot, placetache, endroit, lieu, place, local, secteurcardenal, sitioente, mettere, posto, spazio, luogoمَكَانmístostedσημείοpaikkamjesto地点자리stedmiejscelugarместоplatsสถานที่yernơi地点място (plɛk)
zelfstandig naamwoord meervoud -ken
1. ergens waar je kunt zijn een open plek in het bos een rustig plekje om te gaan zitten
op dezelfde plaats Hij werd ter plekke gearresteerd.
2. deel van een oppervlak kale plekken in het tapijt
plek op de huid die door een ruwe aanraking blauw of paars ziet