plas

Thesaurus

plas:

vijverpoel,
Vertalingen

plas

See, Pfützelake, loch, pee, wee, puddleflaque, lac, mare, étang, urine, pipicharcolago, navale, pozzangheraبِرْكَةkalužpytνερόλακκοςlätäkkölokva水たまり물웅덩이pyttkałużapoçaлужаpölหลุมบ่อsu birikintisivũng nước水坑 (plɑs)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -sen
1. hoeveelheid urine die je in één keer uitplast een plas doen
2. hoeveelheid water in de openlucht, klein meer met een roeibootje over de plas varen
3. hoeveelheid vloeistof die ergens ligt een plasje bloed Na de regenbui liggen er plassen op straat.