pikken

(doorverwezen van pikte)
Vertalingen

pikken

stacheln, stechen, stecken, stichelnstab, sting, pickpiquer, encaisser, picorer, prendre, tolérercolpo, pungere (ˈpɪkə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd pikte , voltooid deelwoord heeft gepikt
1. stelen een tientje pikken uit je moeders portemonnee
2. (van een vogel) met de snavel pakken naar een worm pikken
3. accepteren terwijl er reden is om je te verzetten We pikken het niet langer!