pijp

Thesaurus
Vertalingen

pijp

Pfeife, Barre, Rohr, Röhre, Schlauch, Stangepipe, rod, barrel, channel, pole, tube, conduit, nozzletube, tuyau, pipe, barre, barreau, bâton, gaule, perche, jambe (de pantalon), canal, canon, conduit, conduitetubo, cañeríatubo, fischiettoماسورَةtrubkarørπίπαputkicijevパイプ도관rørruracano, pipeтрубаrörท่อboruống管子тръба (pɛip)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
1. holle ronde pijp waar vloeistoffen of gassen doorheen gaan regenpijp
2. deel van een broek dat om je been zit een broek met korte pijpen
3. ding waar je tabak in doet om op te roken
ermee ophouden
4. doodgaan