pardon

Thesaurus

pardon:

sorry
Vertalingen

pardon

(pɑrˈdɔn)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
streng zonder pardon de helft van het personeel ontslaan

pardon

excuseme, pardonpardon, je vous demande pardon, veuillez m'excuser, (je vous demande) pardon, grâce [en justice]عَفْوٌmilostbenådningVerzeihungσυγχώρεσηperdónanteeksiantopomilovanjeperdono許し용서tilgivelseprzebaczenieindulto, perdãoизвинениеnådการให้อภัยโทษbağışlamasự tha thứ赦免 (pɑrˈdɔn)
tussenwerpsel
<woord waarmee je een beleefde vraag stelt of waarmee je je verontschuldigt> Pardon, is deze plaats nog vrij? Pardon, ik deed het niet expres.