paniek

Vertalingen

paniek

Panikpanicpanique, affolementpanicoذُعْرٌpanikapanikπανικόςpánicopaniikkipanikaパニック공포panikkpanikapânicoпаникаpanikความหวาดกลัวหรือวิตกกังวลpaniksự hoảng sợ惊慌 (paˈnik)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud
plotselinge grote schrik of angst voor een gevaar Er brak paniek uit toen het dak instortte. in paniek raken