pakket

Thesaurus

pakket:

postpakket
Vertalingen

pakket

Paket, Ballen, Bündel, Werkzeugpack, kit, packagepaquet, colis, kitحُزمَةٌ, رَزْمَةٌ, صُنْدُوقُ العِدَّةُbalíček, soupravapakke, udstyrδέμα, κιτ, πακέτοpaquete, equipo, fardopaketti, pakkaus, välineetpaket, priborkit, pacchetto, pacco小包, 用具一式, 荷物도구 한 벌, 짐, 포장oppakning, pakke, settpaczka, pakunek, zestawpacote, kitнабор, пакет, ранецpacke, paket, utrustningชุดเครื่องมือ, ห่อบรรจุ, หีบห่อpaket, takım, yükbó, bộ, gói đồ, 包裹, 成套工具החבילהпакет (pɑˈkɛt)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -ten
1. iets dat is verpakt om verstuurd te worden Er is een pakketje voor u afgegeven.
2. dingen die bij elkaar horen bouwpakket voedselpakket