| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.768.864.693 Bezoekers. |
|
pakken |
0,03 sec. |
|
pakken ww pakken (pakte enk ovt; heeft gepakt volt deelw) [ˈpɑkə(n)]
1 in handen nemen om te gaan gebruiken de schaar pakken 2 (bagage) klaarmaken voor een reis;= inpakken We gaan vanavond pakken en morgen vertrekken we heel vroeg. 3 benadelen;= duperen De kleine inkomens worden gepakt door de nieuwe belastingwet. iets te pakken krijgen iets verwerven iemand te pakken krijgen met iemand in contact komen, vooral per telefoon het flink/zwaar te pakken hebben ernstig ziek zijn of hevig verliefd zijn Vertalingen pakken einpacken, erbeuten, ergreifen, ertappen, erwischen, fangen, fassen, nehmen, packen, verpacken, bekommen pakken capture, catch, clutch, get, grapple, layholdof, pack, package, pickup, take, wrapup, bust, seize pakken attraper, capturer, prendre, saisir, attraper. saisir, emballer, faire ses valises, passionner, rouler, épingler, agrafer, Franse vertaling pakken Spaanse vertaling, atrapar pakken impaccare Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|