overwegen

(doorverwezen van overwoog)
Vertalingen

overwegen

berücksichtigen, betrachten, erwägen, sich überlegen, bedenkenconsider, account, esteem, regard, takeintoaccount, mullconsidérer, l'emporter, réfléchir (à), aviser, se peser, calculer考慮考虑considerar (ovərˈwexə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd overwoog , voltooid deelwoord heeft overwogen
nadenken of je iets wilt doen of niet overwegen je te laten omscholen tot meubelmaker