overtuiging

Vertalingen

overtuiging

belief, convictionconviction, persuasion, croyance, certitudefedecondenaçãoövertygelseהרשעהÜberzeugungالإدانةconvicciónoverbevisning (ovərˈtœyxɪŋ)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -en
vaststaande mening Het is mijn vaste overtuiging dat ik na mijn dood mijn overleden vrouw weer terug zal zien.