overtuigen

Vertalingen

overtuigen

überzeugen, überredenconvince, persuadeconvaincre, convaincre (qn de qc), persuader (qn de qc), persuaderpersuadere, convincereيُقْنِعُpřesvědčitoverbeviseπείθωconvencervakuuttaauvjeriti確信させる납득시키다overbeviseprzekonaćconvencerубеждатьövertygaโน้มน้าวinandırmakthuyết phục信服לשכנע (ovərˈtœyxə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd overtuigde , voltooid deelwoord heeft overtuigd
met argumenten bereiken dat (iemand) gelooft dat iets is zoals je het voorstelt overtuigend bewijs
zeker weten Ik was ervan overtuigd dat ze Frans sprak, maar dat viel nogal tegen.