overtrekken

Vertalingen

overtrekken

beziehen, überziehencover, overlay, overtake, passbycalquer, recouvrir, revêtir, tapisser, dépasser, passer, (re)couvrir (de), par-dessus), passer (à travers, repasser (ˈovərtrɛkə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd trok over , voltooid deelwoord heeft overgetrokken
(een afbeelding) op doorschijnend papier natekenen