overslaan

Vertalingen

overslaan

überspringen, auslassenomettre, sauter, déborder, laisser passer, manquer, se casser [voix], transborder, omission, passer, ignorerabate, skipيَتَخَطَّىvynechatspringe overπαραλείπωomitir, saltarsejättää väliinpreskakatisaltare・・・を意図的にしない거르다hoppe overomijaćpular, saltarпропуститьhoppa överข้าม งดatlamakbỏ略过, 跳过跳過 (ˈovərslan)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd sloeg over
1.
voltooid deelwoord heeft overgeslagen
geen aandacht besteden aan (een gedeelte) bij het voorlezen een hele alinea overslaan Er werden lolly's uitgedeeld, maar de volwassenen werden overgeslagen.
2.
voltooid deelwoord is overgeslagen
(van je stem) ineens veel hoger worden Zijn stem sloeg over van de zenuwen.
3.
voltooid deelwoord is overgeslagen
van het ene naar het andere gaan De vlammen van de brandende schuur sloegen over op de boerderij.