overschot

Thesaurus

overschot:

surplus
Vertalingen

overschot

Saldobalance, remainder, surplusreliquat, solde, reste, surplus, excédentbilancio, equilibrio, livellareoverskudnadwyżkaöverskottsuperávitπλεόνασμαизлишък흑자עודףpřebytek (ˈovərsxɔt)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -ten
wat er te veel is of overblijft een overschot aan vakantiekrachten
het lijk
volkomen gelijk hebben