overblijfsel

Thesaurus

overblijfsel:

restant
Vertalingen

overblijfsel

Bestand, Nachbleibsel, Rückstand, Überbleibselremainder, restreste, vestige, vestige(s), résidu, débris, reste(s), ruinesgiacere, riposarsi, , sosta fermataبقاياoverblijfselשריד (ˈovərblɛifsəl)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s, en
wat is overgebleven als de rest weg of op is overblijfselen van een verdwenen cultuur Dat schoolbord aan de muur is een overblijfsel uit de tijd dat dit gebouw als school werd gebruikt.