ouderdom

Vertalingen

ouderdom

Alterageâge, vieillesse, anciennetéγηρατειά, ηλικίαedadetà, vecchiezza (ˈɑudərdɔm)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud
1. tijd dat iets al bestaat Archeologisch onderzoek heeft de ouderdom van de stad vastgesteld op tweeduizend jaar.
2. hoge leeftijd van ouderdom sterven