ouder

Thesaurus

ouder:

pavader, papa,
Vertalingen

ouder

parent, elder, older, father, motherparent, plus âgémadre, genitore, maggioreأَكْبَر سِنّاً, والِدٌ أوْ وَالِدَةٌrodič, staršíældre, forælderälterer, Elternteilγονέας, μεγαλύτεροςmayor, uno de los padresvanhempiroditelj, stariji年上の, 親손위의, 아버지eldre, forelderrodzic, starszymais idoso, mais velho, paiродитель, старшийäldre, förälderแก่กว่า, พ่อหรือแม่daha yaşlı, ebeveynbố hoặc mẹ, lớn hơn年长的, 父亲或母亲 (ˈɑudər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
moeder of vader gescheiden ouders Ik heb mijn beide ouders verloren bij een auto-ongeluk toen ik twaalf was.