| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.785.840.667 Bezoekers. |
|
oud |
0,03 sec. |
|
oud bn oud [ɑut]
1 de leeftijd hebbend die wordt genoemd zestien jaar oud zijn 2 met een hoge leeftijd; jong zich een ouwe man voelen 3 al lang bestaand; nieuw oude gebouwen oud brood ouden van dagen oude mensen;= bejaarden Je bent oud en wijs genoeg. je moet zelf kunnen beslissen Vertalingen oud âgé, ancien, olda, rassis, vieux, âgé (de), ancien/-ienne, classique, vieux/vieil/vieille, long/longue, vieil oud vell oud starý, letitý oud gammel, år gammel oud αρχαίος, παλιός, παλαιός, ηλικιωμένος oud antigua, antiguo, vieja, viejo, envejecido oud vanha, ikääntynyt oud יָשָׁן oud star, ostario oud régi oud 古い, 年取った, 年老いた oud 낡다, 오래되다, 나이든, 늙은 oud പഴയ, പഴയത് oud gammel oud stara, stare, stary, w podeszłym wieku oud velho, envelhecido oud veche, vechi oud stará, staré, starý oud star, stara, staro oud star, стар oud använd, förlegad, gammal, utsliten, i en ålder av oud แก่, สูงอายุ oud có tuổi, già Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|