opzien tegen

Vertalingen

opzien tegen

(ˈɔpsin texə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd zag op tegen , voltooid deelwoord heeft opgezien tegen
verwachten dat iets dat je moet doen onaangenaam zal zijn er tegenop zien naar de tandarts te moeten
ik vind het heel moeilijk en vervelend om te moeten doen