| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.181.523 Bezoekers. |
|
opwinden |
0,02 sec. |
|
opwinden ww opwinden (wond op enk ovt; heeft opgewonden volt deelw) [ˈɔpwɪndə(n)] 1 zorgen dat het gewicht of de veer een uurwerk blijft aandrijven de antieke klok opwinden voordat je naar bed gaat 2 (draad of touw) tot een kluwen maken 3 (iemand) seksueel prikkelen Dit soort plaatjes winden mij helemaal niet op. ww verl opwinden [ˈɔpwɪndə(n)] (wond zich op enk ovt; heeft zich opgewonden volt deelw) van ergernis zichtbaar boos worden
Wind je toch niet zo op over die hondenpoep op straat! Vertalingen opwinden agitieren, anfeuern, anregen, anspannen, aufregen, aufziehen, ausspannen, ermutigen, erregen, spannen, straffen, winden opwinden agiter, bander, débattre, émouvoir, exciter, hérisser, raidir, remonter, serrer, tendre, troubler, bobiner, exalter, enrouler, enflammer opwinden يُهَوي opwinden zadýchat (se) opwinden sno (sig) opwinden κουρδίζω opwinden enroscar opwinden saada hengästymään opwinden uvijati opwinden 巻く opwinden 감다 opwinden vikle opwinden nawinąć opwinden enrolar opwinden заводить opwinden vrida opwinden พัน opwinden esmek opwinden uốn lượn opwinden 绕 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|