opvoeden

Vertalingen

opvoeden

aufziehen, bilden, erziehen, Erziehung leiten, züchten, großziehencoach, tutor, breed, bringup, educate, raise, rear, bring upéduquer, nourrir, élevereducar, criarيُرَبِّيvychovatopdrageανατρέφωcriar, sacar adelantekasvattaaodgojitieducare育てる키우다ta oppwychowaćвоспитыватьta upเลี้ยงดูyetiştirmeknuôi dưỡng培养 (ˈɔpfudə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd voedde op , voltooid deelwoord heeft opgevoed
(kinderen) voeden, verzorgen en normen bijbrengen Na de scheiding moest zij de drie kinderen alleen opvoeden. een keurig opgevoed kind