| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.780.590.163 Bezoekers. |
|
opvangen |
0,02 sec. |
|
opvangen ww opvangen (ving op enk ovt; heeft opgevangen volt deelw) [ˈɔpfɑŋə(n)]
1 (iets dat valt of zweeft) in je handen pakken Ze struikelde, maar ik kon haar gelukkig opvangen. 2 (een bericht of nieuwtje) horen;= vernemen Ik ving toevallig iets op over plannen om te verhuizen. 3 (iemand die mogelijk problemen heeft) helpen Ze werd na de overval goed opgevangen door een vrouwelijke agent. De delegatie werd op de luchthaven opgevangen door een medewerker van de ambassade. Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|