opstellen

Vertalingen

opstellen

(ˈɔpstɛlə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd stelde op , voltooid deelwoord heeft opgesteld
1. neerzetten De rekruten moesten zich opstellen in rijen van drie.
niet onmiddellijk zichtbaar
2. (een tekst of plan) ontwerpen en opschrijven

opstellen

einreihen, redigieren, stilisierenedit, linerédiger, ranger, ébaucher, monter, placer, poster, établir, formuler, élaborer그리기 (ˈɔpstɛlə(n))
werkwoord wederkerend
enkelvoud onvoltooid verleden tijd stelde zich op , voltooid deelwoord heeft zich opgesteld
een houding of standpunt kiezen je kritisch opstellen tegenover je aanstaande schoonvader