oproepen

Vertalingen

oproepen

anrufen, zurufen, ausrufen lassenappealto, invoke, draft, evoke, pageappeler, évoquer, invoquer, convoquer, soulever, appeler (à), appeler (au téléphone), citer [en justice], mobiliser [armée], susciter, citer, lever, rappeler, mobiliserيناديvyvolatkalde, opkaldειδοποιώllamar por megafonía, llamar por megáfonokutsua hakulaitteellapozvatichiamare col cercapersoneポケットベルで呼び出す, 呼び出し안내 방송을 하다kalle opppaginowaćmandar chamarпередавать сообщениеanropaเรียกโดยใช้เครื่องขยายเสียงหรือเครื่องส่งสัญญาณติดตามตัวanons etmeknhắn tin广播找 (ˈɔprupə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd riep op , voltooid deelwoord heeft opgeroepen
1. (mensen) dringend vragen ergens te komen of iets te doen opgeroepen worden voor het schriftelijk examen oproepen tot een boycot
2. (gevoelens) veroorzaken De film speelde in Indonesië en dat riep bij hem herinneringen op aan zijn jeugd in Nederlands-Indië.