oppassen

Vertalingen

oppassen

achtgeben, aufpassen, beachten, beaufsichtigen, warten, zusehenadvert, becareful, lookafter, nurse, payattention, payattentionto, takecare, watchoutforsurveiller, veiller sur, faire attention (à), garder des enfants (ˈɔpɑsə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd paste op , voltooid deelwoord heeft opgepast
1. tijdelijk zorgen voor kinderen van iemand anders Kun jij vanavond bij ons oppassen?
2. aandacht geven aan je omgeving Pas op, loslopende waakhond!