oponthoud

Thesaurus

oponthoud:

stagnatieretardatie, vertraging, stremming,
Vertalingen

oponthoud

Aufenthalt, Aufschub, Verzögerungadjournment, delay, stay, relentretard, séjour, sursis, délaidemoraעיכוב延迟延遲 (ˈɔpɔnthɑut)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
tijd waarin je niet kunt blijven doen waarmee je bezig was De trein had een oponthoud van meer dan een kwartier.