opnemen

Thesaurus

opnemen:

opvangentapen,
Vertalingen

opnemen

abmessen, aufmessen, messen, aufnehmen, einschließentransfer, measure, imbibe, withdraw, include, record, tapemesurer, absorber, assimiler, examiner, insérer, enregistrer (sur bande), incorporer (dans), nettoyer, prendre, répondre, se charger de, tourner [film], accueillir, recueillir, enregistrer, inclureيَتَضَمَّنُ, يُسَجِّلُ عَلَى شَرِيط, يُسَجِّلُnahrát, nahrávat, zahrnovatindspille på bånd, inkludere, optageεγγράφω, ηχογραφώ, περιλαμβάνωgrabar, incluirnauhoittaa, sisällyttääsnimiti, uključivatiincludere, registrareテープに記録する, 含む, 録画する녹음하다, 녹화하다, 포함하다inkludere, spille inn, teipenagrać, nagrywać, objąćgravar, incluirвключать, записывать, записьinkludera, spela inนับรวมเข้าด้วย, บันทึก, บันทึกเสียงdahil etmek, kayıt, kayıt yapmakbao gồm, ghi âm, ghi lại包含, 录制, 录音 (ˈɔpnemə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd nam op , voltooid deelwoord heeft opgenomen
1. techniek (geluid of beeld) vastleggen om later opnieuw hoorbaar of zichtbaar te maken De hele plechtigheid werd op video opgenomen.
2. met je telefoon een oproep beantwoorden Je telefoon gaat, waarom neem je niet op?
3. medisch (iemand) laten verblijven en gaan behandelen in een ziekenhuis opgenomen worden voor een heupoperatie
4. reageren op een teleurstelling nogal luchtig opnemen
5. (geld) van je bankrekening halen Als we langs een geldautomaat komen wil ik wat geld opnemen.
6. vaststellen en vastleggen de temperatuur opnemen bij een koortsig kind een bestelling opnemen
7. deel van een geheel laten worden gastvrij opgenomen worden in een familie Dit vaatdoekje neemt nauwelijks vocht op.
8. iemand verdedigen, bijvoorbeeld tegen een beschuldiging of kritiek