| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.781.104.764 Bezoekers. |
|
oplopen |
0,02 sec. |
|
oplopen ww oplopen (liep op enk ovt) [ˈɔplopə(n)]
1 (is opgelopen volt deelw) hoger worden;= toenemen De kosten zijn flink opgelopen. 2 (is opgelopen volt deelw) verder lopen een stukje met iemand oplopen 3 (heeft opgelopen volt deelw) (iets dat je niet wilt) krijgen een verkoudheid oplopen achterstand oplopen De weg loopt hier een beetje op. de weg gaat hier omhoog Vertalingen oplopen attraper, heurter (qc), monter, prendre, se mettre en route, s’accumuler oplopen يزيد من oplopen nahromadit (se) oplopen hobe sig op oplopen häufen (sich) oplopen σκαρφαλώνω oplopen ir acumulando, irse acumulando oplopen nousta oplopen uzjahati oplopen salire oplopen かさむ oplopen 늘다 oplopen stige oplopen wzrosnąć oplopen aumentar oplopen подниматься oplopen rusa i höjden oplopen ค่อยๆเพิ่มขึ้น oplopen birikmek oplopen cưỡi lên oplopen 增长 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|