| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.781.345.005 Bezoekers. |
|
opjagen |
0,01 sec. |
|
opjagen ww opjagen (joeg op, jaagde op enk ovt; heeft opgejaagd volt deelw) [ˈɔpjaxə(n)] aansporen tot sneller doen of gaan;= opjutten
Vertalingen opjagen anfeuern, jagen, treiben, vor sich hertreiben opjagen amener à, faire avancer, pourchasser, poursuivre, pousser, dresser (qn contre qn), presser, traquer, soulever, bousculer Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|