| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.768.640.588 Bezoekers. |
|
ophouden |
0,03 sec. |
|
ophouden ww ophouden (hield op enk ovt) [ˈɔphɑudə(n)] 1 (is opgehouden volt deelw) niet doorgaan;= stoppen ophouden met roken 2 (heeft opgehouden volt deelw) zorgen dat iets of iemand vertraging oploopt;= tegenhouden Ik zal u niet langer ophouden. je plas moeilijk kunnen ophouden 3 (heeft opgehouden volt deelw) de schijn ophouden proberen iets beter te laten lijken dan het is ww verl ophouden [ˈɔphɑudə(n)] (hield zich op enk ovt; heeft zich opgehouden volt deelw) ergens zijn; zich bevinden
De zakkenrollers houden zich vooral op bij de roltrappen. Thesaurus Vertalingen ophouden aufhören, ausbreiten, ausrecken, ausstrecken, enden, endigen, erstrecken, strecken, zurückhalten ophouden cease, cometoanend, detain, end, endup, expire, extend, holdback, retain, stop, strechout, finish Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|