ophalen

Thesaurus
Vertalingen

ophalen

abholen, aufheben, erheben, heben, hissen, zücken, anforderninhale, lever, lift, meet, pickup, raise, takeup, sneer, trice, call for, collectlever, élever, inspirer, soulever, aller chercher (qn), améliorer, évoquer, ramasser, raviver, ramassage, récupérer, chercher, enlever, aller chercher, requérirlevantar, pasar a recoger, recogeraspirare, succhiare, andare a prendere, passare a prendereيَأْخُذُ, يَدْعو إلىvyzvednouthenteπαίρνω, περνώ να πάρωhakea, noutaadoći, pokupiti・・・を迎えにいく, 要求する데리러 가다, (…)를 데리러 가다hente, spørre etterodbierać, wezwać dobuscar, invocar, recolher, requererзабирать группу, зайти за (кем-либо, чем-либо)hämta, ropa påเรียกหา, รับalmak, gerektirmekđến rước, đón号召, 接走 (ˈɔphalə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd haalde op , voltooid deelwoord heeft opgehaald
(iets of iemand) van een bepaalde plaats meenemen lege flessen ophalen voor het statiegeld vuilnis ophalen iemand ophalen van het station
(meestal met iemand samen) weer aan vroeger terugdenken