opgewonden

Vertalingen

opgewonden

agitated, excitedexcité, avec excitation, nerveux/-euse, remonté [pendule], exalté, nerveusement, nerveux, effervescentثَائِرrozrušenýspændtaufgeregtενθουσιασμένοςentusiasmado, excitadoinnoissaanuzbuđeneccitato興奮した흥분한opprømtpodnieconyempolgadoвзволнованныйupphetsadตื่นเต้นดีใจheyecanlıphấn khích兴奋的 (ˈɔpxəwɔndə(n))
bijvoeglijk naamwoord
1. rusteloos en geëmotioneerd De kinderen waren eerst erg opgewonden, maar toen Sinterklaas binnenkwam werden ze ineens heel stil.
2. zin hebbend in seks opgewonden worden van ruig borsthaar