opgefokt

Vertalingen

opgefokt

(ˈɔpxəfɔkt)
bijvoeglijk naamwoord
1. opgewonden Ik vind het programma wel leuk, maar ik erger me aan die opgefokte presentator.
2. (van een motorvoertuig) zo behandeld dat het harder kan rijden dan is toegestaan Opgefokte brommers in beslag genomen!