opgaan in

Vertalingen

opgaan in

(ˈɔpxan ɪn)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd ging op in , voltooid deelwoord is opgegaan in
1. geconcentreerd bezig zijn met helemaal opgaan in een computerspel
2. door vermenging onzichtbaar worden Mijn oude school is na een fusie opgegaan in een grote scholengemeenschap.
verbranden