openen

Vertalingen

openen

öffnen, aufmachen, zugreifen aufopen, openup, accessouvrir, (s')ouvrir, accéder àabrir, accederaprirei, disserrare, esordire, lievitazione, accedere, aprireيَتَوَصَّلُ إِلى, يُفْتَحُotevřít, získatåbne, skaffe sig adgang tilανοίγω, προσπελαύνωavata, päästä sisäänotvoriti, pristupitiアクセスする, 開ける(...을) 열다, 접속하다åpne, få tilgang tilotworzyć, uzyskać dostępabrir, aceder, acessarоткрывать, получить доступkomma åt, öppnaเข้าถึง, เปิดaçmak, erişmekmở, tiếp cận出入, 打开Отворен (ˈopənə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd opende , voltooid deelwoord heeft geopend
1. (iets dat gesloten is) open, toegankelijk maken een fles openen
2. laten beginnen een nieuwe winkel openen de tentoonstelling openen