opbellen

Vertalingen

opbellen

anrufen, telephonieren, anbellen, klingelntelephone, call, ring, ring upappeler, téléphoner, appeler (qn), téléphoner (à), téléphoner àيُخابِرُzavolatringe, ringe opκάνω τηλεφώνημα, κουδουνίζωllamar, llamar por teléfono, sonarsoida, soittaa puhelimellanazvatichiamare, suonare電話をかける, 鳴らす울리다, 전화하다ringe, ringe oppzadzwonićtelefonarзвонить, звонить по телефонуringa, ringa uppโทรศัพท์หาçalmak, telefonla aramakgọi điện打电话 (ˈɔbɛlə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd belde op , voltooid deelwoord heeft opgebeld
via de telefoon contact zoeken Bel even op als je weet hoe laat je aankomt. de dokter opbellen om een afspraak te maken