| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.581.584 Bezoekers. |
|
front |
0,01 sec. |
|
front zn onz front (-en mv) [frɔnt]
1 voorkant;= voorgevel Het front van de kerk bevindt zich aan het plein. 2 gebied waar in een oorlog gevochten wordt soldaten naar het front sturen 3 overgangsgebied tussen koude en warme lucht in de atmosfeer een koufront op vele fronten actief zijn op allerlei gebieden actief zijn op alle fronten winnen in alles winnen één front vormen tegen iets met zijn allen zich verzetten tegen iets Thesaurus front: pui, vuurlijn, vooraanzicht, gevelbreedte Vertalingen Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|