oog

Vertalingen

oog

Auge, Loch, Punkt, Nadelöhreye, dot, germ, hole, period, point, spotœil, point, germe, trou, (coup d')oeil, regard, yeux, porteμάτιojoглазocchio, puntoعَيْـنokoøjesilmäokoøyeokoolhoögaตาgözmắt眼睛תצוגה (ox)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud ogen
1. orgaan in je hoofd waarmee je ziet
net doen alsof problemen er niet zijn
opletten of alles goed gaat
rekening houdend met... Met het oog op de drukte werden er stoelen bijgeplaatst.
zichtbaar zonder hulpmiddel als microscoop of telescoop
heel verbaasd zijn
goed om je heen kijken en opletten
gebied rond het oog dat door een ruwe aanraking blauw of paars ziet
2. kleine opening aan een uiteinde van een naald
aan een gevaar ontsnappen